Als je jezelf niet meer mag (12/40)
Op YouTube staan vele video’s van de Canadese acteur Jim Carrey (1962) die praat als een verlicht iemand.
Zijn interview op de rode loper bij een modeshow in 2017 is hilarisch.
Een presentatrice spreekt hem aan en hij draait letterlijk rondjes om haar heen.
Dan zegt hij: ‘Ik was op zoek naar het meest betekenisloze evenement dat er bestaat en ik vond dit.’
De presentatrice is een beetje verward. ‘We eren hier beroemde iconen,’ zegt ze.
‘Iconen? Dat is wel echt het laagste dat er bestaat. Geloof jij in iconen dan?’ vraagt Jim.
Ze wil antwoorden en dan zegt Jim:
‘Ik geloof niet in persoonlijkheden. En ik geloof er niet in dat jij bestaat. Er is een parfum hier in de lucht.’
De presentatrice laat zich niet kennen. ‘Geloof je er dan niet in dat iconen voor verandering kunnen zorgen? Door mensen te inspireren? Als artiesten?’
Jim roept daarna met een gekke stem wat maffe termen. Ze kijkt totaal verward in de camera alsof Jim is doorgedraaid.
Dan zegt Jim:
‘Ik geloof niet in iconen. Ik geloof niet in persoonlijkheden. Ik geloof dat er iets achter zit waarin je vrede vindt. Iets voorbij je masker. Voorbij de S op je superheldenpak om kogels te weren. We zijn een veld van energie dat om zichzelf heen danst. En het boeit me eigenlijk niets, dit.’
De presentatrice probeert hem weer op aarde te krijgen. ‘Maar jij bent hier, heel mooi gekleed in je pak.’
Jim: ‘Er is geen ik. Dit is een droom. We zijn een cluster van driehoekkubussen die om elkaar heen bewegen.’
De presentatrice: ‘Maar er is een wereld, toch? En er gebeurt heel veel in die wereld.’
‘Er is geen wereld,’ zegt Jim. ‘Dat is juist het goede nieuws hieraan. We doen er totaal niet toe.’
Daarna loopt hij weg.
Dit interview was vlak voordat er een documentaire genaamd Jim & Andy uitkwam.
Die docu zet je enorm aan het denken over identiteit en je persoonlijkheid.
Het gaat over de opnames van de film Man on the Moon (1999). Daarin speelt Jim Carrey het levensverhaal van Andy Kaufman (1949–1984). Een ontregelende Amerikaanse comedian die op 35-jarige leeftijd is overleden. Hij had een absurdistische vorm van humor die maar weinig mensen begrepen.
- Tijdens de opkomst van de vrouwenbewegingen heel vrouwonvriendelijke opmerkingen maken bijvoorbeeld. Of worstelpartijen organiseren tussen hem en een vrouw in plaats van een man.
Niet per se grappig, maar dat is dus het punt. Het is enorm ontregelend en provocatief.
Om Andy te spelen veranderde Jim in hem. De hele tijd. 24 uur per dag. Dus ook als de camera’s niet draaiden.
Hij was provocatief, ontregelend en niet te peilen.
Carrey zegt zelf dat het voelde alsof de ziel van Andy hem kwam bezoeken en hem toestemming gaf om zo te zijn.
Het leverde heel veel gedoe op achter de schermen van deze film. Veel ruzies. Getreiter. Ongelukken. Mensen in tranen. Verwarring.
Dit was allemaal gefilmd ter promotie van de film. Alleen de filmmaatschappij was zo geschokt door wat daar allemaal achter de schermen gebeurde, dat die de geschoten beelden wilde vernietigen in plaats van gebruiken.
Twintig jaar later hebben ze er toch een documentaire van kunnen maken: Jim & Andy. Waarin Jim Carrey met andere mensen terugblikt op die tijd.
Doordat Jim Carrey niet meer bestond op de set, ga je je afvragen wat identiteit eigenlijk is.
Uiteraard is dat het beroep van wat acteurs doen: veranderen in iemand anders. Maar dat is ook wat mensen doen. We creëren een persoonlijkheid om ons heen en we gaan erin geloven dat we zo zijn.
Een soort opgeklopte versie van onze successen of onze manier om gevoelens te onderdrukken.
In de docu zegt Jim dat we een persoonlijkheid om ons heen bouwen, zodat we niet hoeven na te denken over het idee dat we helemaal niets voorstellen. Dat we niet hoeven toe te geven aan onze angst dat er vanzelf een dag komt dat anderen ook inzien dat we niets kunnen.
Carrey kwam zelf in een identiteitscrisis terecht toen de opnames waren afgelopen en hij afscheid nam van Andy. Toen was hij weer Jim Carrey met zijn sombere gedachten en emotionele problemen.
Je komt vanzelf op een punt in je leven terecht waarop je je gaat afvragen of je nog wel gelooft in jezelf. In de persoonlijkheid die je zelf hebt gecreëerd. In de keuzes die je hebt gemaakt.
Sta je jezelf toe, vraagt Jim zich af, om andere mensen toe te laten om van de ‘echte’ jou te houden?
Of blijf je een toneelstuk opvoeren van iemand die je nooit bent geweest en graaf je zo je eigen graf in het leven?