Je verleden is herschrijfbaar (21/40)
Je jeugd was zo zorgeloos, omdat het nu niet meer zo is. Omdat je nu verantwoordelijkheden en rekeningen en toeslagen hebt.
Die conclusie kan je alleen als volwassen persoon trekken.
Elke keer dat je aan vroeger denkt, doe je dat vanuit het NU.
Je kijkt dus altijd met de blik van vandaag naar toen.
De betekenis van vroeger verandert daardoor elke dag opnieuw.
Therapie is in die zin een vorm van herschrijven van je geschiedenis.
Dat wat je blokkeert in je huidige leven, kan je via de therapeut over je jeugd opnieuw beoordelen.
Niet jij was het probleem. Niet eens je moeder. Het is gewoon iets dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Daar komt het innerlijke kind om de hoek kijken.
Het innerlijke kind dat schreeuwt om een knuffel. Dat gezien wil worden. Dat eindelijk erkenning wil.
Al wil ik daar graag aan toevoegen dat je ook het contact met je innerlijke volwassene niet moet vergeten.
Kaboem pats.
Dit was een grap. Rustig maar. Niet zo serieus doen.
Goed.
Het innerlijke kind.
In therapietaal is dat de plek van oude angsten, onvervulde behoeften en overtuigingen die je als kind hebt opgebouwd.
Maak daar contact mee, zegt de theorie, zodat je een gezonder volwassen zelfbeeld kunt vormen.
Mijn favoriete Franse psychoanalyticus Jacques Lacan (1901–1981) zou hier zijn keel bij schrapen.
Volgens Lacan bestaat er geen onbeschadigde kern die wacht om gerepareerd te worden. Geen innerlijk paradijs waar je naar terug kunt reizen.
Je zelfbeeld ontstaat juist uit een tekort. Je leert wie je bent doordat je wordt aangesproken door anderen. Via de taal. Via de verwachtingen. Via de blikken van je ouders en leraren. Via het idee zo hoor je je te gedragen en zo hoor je te zijn.
Dat betekent dat je identiteit geen innerlijke waarheid is, maar een constructie. En die constructie kun je een beetje veranderen, maar nooit volledig afbreken.
Het innerlijke kind zegt: heel de wond uit je jeugd.
Lacan zegt: accepteer dat er altijd iets ontbreekt in je leven.
Het innerlijke kind zoekt emotionele afronding. Lacan betoogt dat verlangen nooit stopt. Dat elk ingelost verlangen, wordt opgevolgd door een nieuw gemis.
Bij het innerlijke kind is pijn iets wat je kan stoppen. Bij Lacan hoort pijn bij het mens-zijn.
Dat is een ongemakkelijke waarheid. Maar ook best bevrijdend. Want dan hoef je niet eindeloos je verleden uit te pluizen. Je hoeft niet eens je best te doen om je ‘authentieke’ zelf te worden.
Want het bestaat niet.
Dan blijft er iets heel simpels over.
Je bent niet gebroken. Je bent onvolledig. Zoals iedereen.
Ook al is dit natuurlijk ook maar een verhaal.
Daar zit wel een voordeel aan. We kunnen het blijven herschrijven.
Via Lacan. Via het innerlijke kind. Via welke theorie dan ook.
Zolang het je helpt. Zolang het je leven dragelijker maakt.