Kijk wat je vermijdt, zoals in The bear (15/40)
Kunst geeft je toestemming om zelf iets te voelen.
Of het een boek, een schilderij of een film is. Een goed kunstwerk kenmerkt zich doordat het iets in jou raakt wat al voor een lange tijd verborgen was.
Dit kunnen herinneringen zijn. Of schaamte. Of schuld. Of het gevoel hoe het is om een mens te zijn.
Een paniekaanval is moeilijk te omschrijven aan iemand die het nooit heeft gevoeld. Het zijn niet alleen die lichamelijke signalen die anders voelen dan andere vormen van stress. Het is ook dat gevoel van opsluiting in je eigen lijf en hoofd. Dat je geen kant op kunt. Alleen: niemand ziet of hoort je innerlijke schreeuw…
Dat is wat De schreeuw van mijn favoriete Noorse schilder Edvard Munch (1863–1944) is. De uiting van een paniekaanval. Twee handen op de wangen.
Dit heeft hij opgetekend:
Ik liep met twee vrienden over de weg. De zon ging onder. Ik voelde iets als een vlaag van weemoed. De lucht werd plotseling bloedrood. Ik bleef staan en leunde doodmoe tegen het hek. Bezag de lucht, vurig als bloed en zwaarden. De blauwzwarte fjord en stad. Mijn vrienden liepen door. Ik stond daar te trillen van angst. En ik voelde iets als een grote, oneindige schreeuw door de natuur gaan.
Edvard twijfelde de eerste jaren na deze ervaring of hij dit gevoel wel onder woorden kon brengen. Of op het doek kon schilderen.
Zijn eerste versie van dit tafereel heette Wanhoop. Je ziet niet de bekende schreeuw, maar een man met een hoed, Munch zelf. Zijn twee vrienden kijken een stukje verder, op de pier, naar hem. De man zelf kijkt voor zich uit, weg van het doek. De lucht is al vuurrood.
Er is ook een andere versie, waar het personage geen hoed op heeft. De twee vrienden staan met de rug naar hem toegekeerd op de pier.
Dat is het ding met angstaanvallen. De buitenwereld kan het bijna niet aan je zien. Terwijl je van binnen in brand staat. Al je zintuigen staan open en je ervaart de wereld om je heen op een heel nare, onnatuurlijke manier. Geluiden komen anders binnen, zoals geluid binnenkomt als je net in slaap dommelt in de trein of in het vliegtuig. Onschuldige geuren brengen kotsneigingen naar boven. De lucht die je inademt lijkt besmet te zijn.
Munch maakte een derde versie van zijn schilderij. Het gezicht met de iconische schreeuw. Het gezicht dat we nu als emoji kennen met die twee handen op de wangen en de mond wagenwijd open. Het gezicht dat als inspiratie gold voor mijn favoriete horrorfilm Scream (1996).
Ik ben ervan overtuigd dat het een schreeuw van binnenuit is. Een overval van angst, somberheid en paniek. Een gevoel van totaal controleverlies.
Het geeft me rust om mijn gevoelens terug te zien op een doek. Dat ik niet alleen ben.
Ook een goede tv-serie wekt gevoelens uit het verleden op.
==
Ken je The Bear (2022 )? Over een sterrenkok die een cafetaria van zijn overleden broer overneemt en terugkeert in de ingewikkelde familiedynamieken en zijn eigen psychologische blokkades?
Wat een show…
Toen ik voor de eerste keer naar de tv-serie The Bear keek, had ik last van heftige flashbacks aan mijn horecaverleden.
Die serie filmt zo intensief de grillen (pun intended) in de keuken, dat ik alleen maar kon denken aan al die walgelijke middagen en avonden in de spoelkeuken als 15-jarige.
Ik was een dromer in de keuken.
- Veel te traag.
- Veel te passief.
- Veel te zacht.
Liep ik weer eens achter een kok langs zonder ‘rug’ of ‘achter’ te roepen, dan draaide die man zich om en daar ging mijn stapel met borden.
Scherven van schaamte op de grond.
Of dan pakte ik een hete pan op met een natte vaatdoek en schreeuwde de kok: ‘Heb je dan niks geleerd op school? Water geleidt hitte!’
Of ze vroegen me of ik de vieze schorten van het personeel in de wasmachine wilde doen, en ik zei: ‘Ja tuurlijk, geen enkel probleem.’
Maar ik snapte helemaal niets van die wasmachine. Echt niets. En hulp vragen?
Ha. Hulp vragen.
Echt niet.
Dan vonden ze me een nog grotere oen.
Of die keer dat, toen de koks al waren vertrokken, een serveerster vroeg of ik een bittergarnituur wilde frituren.
Ik stopte vijf bitterballen in de frituurpan en legde ze op een bord toen ze begonnen te drijven.
Dat was dus niet goed. Een bittergarnituur bevat er een stuk of tien, met van die verschillende frituurhapjes.
Maar niemand legde het me uit.
(En ik vroeg ook niet om hulp, dat ook.)
Wat een leven.
Het was een vreemde plek.
De chef-kok zong graag heel hard ‘Ze hebben een clubje opgericht voor mensen met een lelijk gezicht’ en dan net op het moment dat iemand langs het open raam van de keuken liep, schreeuwde hij: ‘En jij hoort erbij!’
Dat was zijn humor.
Het is nog steeds niet grappig. Maar ik lachte wel mee, want wat moet je anders als gastje in de spoelkeuken?
Ik ben eens een keer gevallen bij het schoonmaken. ’s Avonds laat. De gehele vloer in de keuken was gedweild en ik liep naar twee collega’s toe. Een serveerster en iemand van de spoelkeuken.
Hup.
Daar gingen mijn benen onder mijn lijf vandaan. Precies voor hun voeten. Keihard op mijn billen, rug en armen.
De blauwe plekken verdwenen pas na drie weken. Ik kon pas na vijf dagen weer normaal zitten.
Maar wat denk je? Staken ze een hand uit om me op te tillen? Vroegen ze hoe het ging?
Nee.
Ze lachten allebei heel hard.
Daarna hoorde ik de rest van de avond en de week erop de zin dat ik voor de knappe serveerster was gevallen.
Met buldergelach uit al hun monden.
Zo vreemd.
Dat is wat kunst doet.
Het geeft je flashbacks. Maar The Bear raakte ook iets dieper in me.
Het moment dat stress je leven overneemt en je gedachten naar een doem-denk-niveau gaan.
==
Je komt er in de serie achter dat Carmen vroeger heel graag samen met zijn oudere broer een horecazaak wilde beginnen, maar Mikey hield hem er altijd buiten.
Het gaf Carmen zoveel frustratie dat hij voor een topcarrière in de kookwereld ging om respect te krijgen van zijn broer. Die hij toen nog steeds niet kreeg. Ze maakten hem thuis met z’n allen juist nog meer belachelijk dat ’ie zo hautain in de kokswereld zat.
En dan opeens legt Mikey de hand aan zichzelf door verslaving, schulden en zelfdestructie en laat ’ie zijn levenswerk aan Carmen achter.
Carmen neemt het over en het is echt een puinzooi.
- Administratie.
- De keukenprocessen.
- De mensen die ervoor werken.
- Het geld is op.
- Weinig perspectief op winst.
Je ziet hoe hard Carmen zijn best doet om de zaak naar zijn niveau te brengen, terwijl al het personeel gewoon bestaat uit simpele mensen die niet per se die koksambitie hebben.
Maar het is niet je klassieke Hollywoodverhaaltje waar aan het eind iedereen inziet dat je het met elkaar moet doen.
Nee.
Deze serie gaat over hoe we vluchten in ons werk om onze emoties te onderdrukken.
Het gaat erover dat iedereen in die keuken worstelt met de dood van Mikey. Dat Carmen zijn jeugdtrauma probeert op te lossen door iets van die zaak te maken.
Dat iedereen zo opgezogen wordt door zijn eigen pijn, dat niemand de ander echt ziet.
Elk keukenlid draagt een bijna ondraaglijke last uit het verleden met zich mee en vindt iets in die zaak wat ze nergens anders vinden. Maar ze zijn allemaal niet bij machte om gevoelens op een normale manier te uiten.
Het is chaos. Elke aflevering weer. Gescheld. Ruzie. Kinderachtig gedoe. Misverstanden.
In de loop van de seizoenen komen de mensen gelukkig hun eigen tekortkomingen onder ogen.
- Dat ze niet zo waardeloos zijn als ze dachten (Richie).
- Dat het goed is om je eigen plek aan tafel op te eisen, ook al ben je jong (Sydney).
- Dat je niet altijd ieders gebreken hoeft te verzachten (Natalie).
- Dat je jezelf ook de liefde mag gunnen om je eigen gebreken te vergeven (Carmen).
Alleen in films helen mensen meteen. Niet in deze serie. Dat maakt het zo menselijk en hartverwarmend en ook zo frustrerend.
Carmen denkt regelmatig dat als deze horecatent gewoon in de fik vliegt, ben ik eindelijk al mijn stress en angst kwijt.
You’re watching the fire and you’re thinking, if I don’t do anything. This place will burn down and all my anxiety will go away with it
Dat is een gedachte die ik herken.
En dat is een pijnlijk besef. Ook omdat je weet dat dan een stressfactor gaat stoppen. Maar je krijgt er tig nieuwe bij.
Als de kruik van Pandora.
Maar zo makkelijk komt Carmen er niet vanaf.
Nee.
Niets gaat volledig in de fik.
Als je elke dag alles geeft aan je verslaving, kan je die energie dan ook niet gebruiken om jezelf een beter mens te maken?
Dat is de vraag.
Niet alleen op het scherm.
Maar ook in jouw leven.
Dat is wat kunst doet.
Het troost.
Maar stelt ook hele ongemakkelijke vragen.
En dan besef je opeens dat waar je naar kijkt, dat het volledig over jezelf gaat.
liefs,
tomson