Niet in slaap kunnen vallen door negatieve gedachten en wat je dromen echt betekenen (10/40)
(en ze sliep nog kort en onrustig)
Er zijn mensen die slechts hun hoofd op het kussen hoeven te leggen en weg zijn ze. Naar dromenland.
Andere zielen, zoals ik, hebben die gave van een snelle slaaplatentie niet.
Nee.
In het slechtste geval komt bij mij ook nog eens de nachtburgemeester langs.
Je weet wel.
Die stem die je even gaat vertellen hoe stom je leven is, hoe stom je zelf bent en hoe stom je je hebt gedragen.
Volgens Fernando Pessoa (1888–1935) bestaan de monsters uit je kindertijd echt.
Ze zitten alleen niet onder het bed. Ze duiken op in je hoofd als gedachten, als de slaap ’s nachts niet komt.
Gemeen. Rottend. Onheilspellend.
Hij schrijft in Het boek der rusteloosheid:
Ze zijn ballast van het bedrog en hebben als enige nut ons een gevoel van nutteloosheid te geven.
Ik herken zijn woorden volledig.
Al die beelden die je gedachten maar oproepen.
Van wat ooit was.
Van wat nooit in je leven gaat gebeuren.
Gezichten waar je dagelijks tegenover zat, maar nu een schim zijn geworden.
Die ene persoon met die slanke polsen die je eenmalig op een feestje sprak, maar nog steeds dagelijks in je hoofd verder leeft als een onvervuld verlangen.
Al mijn zorgen blijken ’s nachts erger dan ik me ooit kon voorstellen. Mijn positieve zelfbeeld is niets meer van over. De toekomst gaat sowieso gebeuren. Maar leuk zal het niet zijn. Eerder ondraaglijk en gemeen.
Tot die ene gedachte opkomt: waarom leef ik überhaupt nog?
Ja.
Mijn hoofd houdt van drama.
De enige remedie die echt helpt, is gewoon in slaap vallen. Zodat het sneller ochtend is.
Daglicht laat monsters verdwijnen.
==
Hoe meer ontspannen je dag, hoe rustiger je slaapt, zeggen ze. Maar het zijn niet de negatieve gedachten die ik het meest vrees.
Nee.
Als de slaap wel eerder komt, zijn het de dromen die zo rusteloos zijn.
Weinig heldere herinneringen meer uit mijn kindertijd. Maar de dromen uit die tijd zie ik nog precies zo voor me.
Monsters onder het bed? Bij mij stond die naast het bed.
Een reus.
Ik op mijn zij, spiekend naar de muur, doen alsof ik ‘sliep’, zodat de reus weer verder kon gaan met wat die ook aan het doen was.
Waarschijnlijk kwam deze reus direct uit de verfilming van De GVR (1989), naar het boek van Roald Dahl (1916–1990), gelopen. De grote vriendelijke reus die door de straten van een dorp stapt en door de ramen naar binnen kijkt naar slapende kinderen.
Bibbers.
(Ik weiger ook nog steeds de Steven Spielberg-verfilming (2016) van dit boek te bekijken. Bang dat hij mijn nachtmerrie werkelijkheid heeft gemaakt.)
==
Aantekening uit mijn gedachtenlog van laatst:
‘Gedroomd over in een auto te zitten, links achterin, achter de bestuurder. De vrouwelijke bestuurster wilde het water in rijden. Ik begon na haar uitspraak al te hyperventileren. Een paniekaanval krijgen in mijn droom, dat was nieuw. Ik bleef maar “nee, niet doen” roepen, in de hoop dat ze het stuur niet richting het water gooide.’
Wist je dat wij niet onze dromen hoeven te interpreteren, maar dat onze droomwereld ons probeert te begrijpen?
Volgens slaapexpert Matthew Walker (1972) dromen we om onze ervaringen van overdag los te koppelen van de emotie die we daarbij voelden.
We dromen om te verwerken. Om emoties zachter te maken bij een herinnering.
Daarom zijn dromen een gekke mengelmoes van wat we overdag hebben gezien, aangevuld met vreemde fantasieën. Want we stoppen niet met denken. Ook niet als we slapen.
Dit mechanisme wordt een probleem bij traumatische gebeurtenissen. Hoe erg het brein ook zijn best doet, de emotie wordt maar niet losgekoppeld van het incident.
Dit is waarom mensen met PTSS blijven dromen over hun trauma’s. Het brein wil loskoppelen, maar slaagt daar niet in.
Het voert elke keer opnieuw de horrorbeelden op.
=
Je nachtdromen zijn metaforen.
Ze geven geen kijkje in je toekomst. Ze onthullen niets over je verleden. Ze gaan over je huidige worstelingen in het leven.
Maar die kun je alleen begrijpen als je de rationele wereld even loslaat en via de lens van symboliek kijkt.
Dat is de wereld van de poëten.
Ons onderbewustzijn is een dichter en jij de vertaler.
Die denkt niet in woorden en logica. Die denkt in beelden. Omdat beelden ouder zijn dan het geschreven woord.
Via beelden probeert het jouw leven te begrijpen.
Begrijp je die beelden, dan begrijp je jezelf beter. Misschien lukt het je zelfs om tot een conclusie te komen.
Ik droom zelf regelmatig dat ik nog een examen moet doen. Of een variant daarop. Dat ik ‘betrapt’ word op het niet volledig behalen van mijn diploma en mensen me daar met de nek op aankijken.
In mijn dromen voel ik me verward en bang dat ik ga falen voor mijn herexamen en zo nooit zal slagen.
Best vreemd eigenlijk. Want ik heb nooit faalangst gekend voor school.
Maar waarom deze terugkerende droom?
De enige manier om mijn droom te onderzoeken, is de metaforen erin zien en daarover nadenken.
De school als metafoor voor kennis en leren. Het examen als metafoor voor de angst om te falen in het leven. Een nu-of-nooitmoment.
Als ik erover nadenk, kan ik het koppelen aan wat ik elke dag doe.
Namelijk schrijven en mijn werk publiceren.
Mijn grootste angst is dat dit fulltime kunstenaarschap niet gaat lukken. Dat er geen geld meer binnenkomt en ik genoodzaakt ben om vakken te vullen bij de Action.
Dat heeft mijn droomwereld feilloos door.
Dus wat is de les van deze droom?
Waarom zo bang zijn om te falen, terwijl ik ondertussen elke dag leer?
Alles wat ik nu doe, zal niet voor niets zijn. Zelfs als het financieel niet lukt, heb ik ervaring opgedaan die ik ergens anders kan inzetten.
Die droom waarin ik linksachterin de auto zit, gaat over het ontbreken van controle. Het water als symbool voor de diepte van de ziel.
Wanneer durf ik mezelf volledig over te geven aan het schrijverschap? Altijd die drang naar controle. Altijd de angst dat het niet werkt zoals ik wil.
Wanneer komt die volledige overgave?
Het begrijpen van je dromen vraagt oefening. Schrijf na het wakker worden de beelden op. De symbolen. Je zult merken dat je, bijna als een dichter, betekenis begint te geven aan wat je ziet. Niet omdat er één juiste uitleg bestaat, maar omdat elke associatie iets zegt over waar je nu staat.
Dromen zijn ook geen raadsels die opgelost moeten worden. Ze zijn spiegels. Het zijn pogingen van je onderbewuste om jou serieus te nemen.
De vraag is: wanneer begin jij jezelf eens serieus te nemen?
Liefs,
tomson