Pessimisten zijn vrolijker dan jij (13/40)
Pessimisme heeft een nare klank.
Juist omdat het doet denken aan die collega die bij elk verbetervoorstel zegt: ‘Gaat niet werken’ en ‘Ik blijf geen minuut langer dan 17.00 uur hoor, want daar word ik niet voor betaald.’
Dat is geen pessimisme. Dat is bitter zijn over het leven, omdat je je eigen dromen niet hebt verwezenlijkt en anderen ook geen levensvreugde gunt.
Pessimisten zien de wereld juist vrij luchtig.
Echt waar.
Je denkt dat mensen je teleurstellen, je niet steunen, je in de steek laten en je niet zien staan. Maar het zijn niet de mensen die je pijn doen.
Het zijn je eigen verwachtingen over die mensen. Verwachtingen zijn de voedingsbodem voor alle nare gevoelens die je hebt.
Wat een optimist van een pessimist onderscheidt, is dat de verwachtingen een stuk lager zijn.
Je kunt pessimisme ook strategisch inzetten. Dat is wat ik vaak doe om mijn hoopvolle verwachtingen te temperen.
Een strategische pessimist probeert met enthousiasme en hard werken iets voor elkaar te krijgen, terwijl die tegelijkertijd weet dat het waarschijnlijk gaat mislukken.
Maar als die erin slaagt?
Dat gevoel, daar kan geen optimist aan tippen.
Volgens mijn favoriete levende filosoof Slavoj Žižek (1949) zijn optimisten altijd een beetje teleurgesteld in het leven, omdat dingen niet gaan zoals ze hadden verwacht. Pessimisten zijn altijd een beetje blij in het leven, omdat er meer goed gaat dan ze hadden gehoopt.
Ja.
Dat klinkt als de omgekeerde wereld, maar hij heeft een punt.
==
Strategisch pessimisme doet denken aan de stoïcijnse filosofie.
In dit oude denken gaan ze ervan uit dat je in je leven alleen controle hebt over je gedachten en je eigen acties.
Of het resultaat goed of fout is, daar heb je geen invloed op. Je mag niet eens iets verwachten van hoe het gaat lopen.
Een stoïcijn focust zich daarom volledig op zichzelf.
Gesolliciteerd naar je droombaan en afgewezen?
Dat is vervelend. Maar laat je hier niet door raken. Je hebt geen controle over de andere sollicitanten, over de andere brieven, over wat ze überhaupt zoeken als bedrijf. Het enige waar je controle over hebt, is je eigen brief.
Als je alles hebt gegeven wat je kon en dat in die brief hebt gestopt, hoe kan je dan balen als het niet is gelukt?
Strategisch pessimisme is alles geven wat je kunt, terwijl je tegelijkertijd weet dat het resultaat waarschijnlijk zal tegenvallen.
Nee heb je, een trauma kun je krijgen.
==
Volgens filosoof Alain de Botton (1969) zijn we het verleerd om pessimistisch te zijn.
We leefden in een pessimistische samenleving. Het christendom staat bol van het doemdenken. Dat gevoel dat je altijd te weinig doet voor God. Dat je niet te veel moet genieten, maar hard moet werken, niet te veel moet verwachten van het leven en vertrouwen op Gods plan.
Het boeddhisme is doordrenkt van het idee dat leven lijden is.
Maar die tijden zijn voorbij.
We leven in een optimistische maatschappij. Het geloof dat alles beter wordt, als je maar wil.
Niet alleen omdat positiviteit ervoor zorgt dat we meer producten kopen. Maar ook omdat we dan volledig zelf verantwoordelijk zijn voor onze gevoelens. Dat betekent dat ook alles wat je overkomt in zekere zin je eigen schuld is.
Moet je maar positiever zijn.
Ja, dat is een vrij toxische kant aan onze cultuur waar ik me niet mee kan verenigen.
Ik ben bij tijd en wijlen een strategische pessimist. Van zinnen als ‘Komt goed’ krijg ik error.
Dat weet je helemaal niet, of het goed komt, denk ik dan. Maar ik ben geen bitter persoon. En ook geen anti-optimist. Integendeel.
Als je zegt: ‘Ik ga mijn best doen’, dan ben ik je grootste supporter.
Ik pep mezelf alleen zo niet op als de somberheid me heeft gevonden.
Maar ik weet wel hoe ik me moet gedragen om goed voor mezelf te zorgen.
- Aankleden.
- Ontbijten.
- Wandelen.
- Schrijven.
- Mijn telefoonscherm proberen te vermijden.
Het geeft absoluut geen garanties om de somberheid te verzachten. Maar slechter word ik er sowieso niet van.
Snap je?
Het houdt je hoopvol en beschermt je tegelijkertijd tegen teleurstelling.
Het leven is soms ook gewoon een kwestie van doen in plaats van elk detail overdenken.
Dat geldt voor zowel optimisten als pessimisten.